tussen de kieren
luchtbrug naar het verleden. een meisje van stand. de archiefkast. bovenburen. vroeger was het beter. tussen de kieren. manders meubelen. ons Waterloo.

Door:

Annemie

Holla


Annemie is

de schrijfster

van de volgende boeiende

verhalen:



Annemie
anno 1965
de sloot. inleiding. in de ban van de tv. 2-4-6-8-10.
Tussen de kieren

Ik kan niet slapen. Het is broeierig warm in bed en erg benauwd op mijn slaapkamer. Het vertrek heeft de hele middag in de gloeiend hete zon liggen bakken. Verlichting komt enigszins van het openstaande raam en de op een kier staande jaloezieën. Echt donker is het daarom niet op de kamer en de geluiden van de straat dringen door tot op mijn kussen. Van rustig gaan slapen is geen sprake. Ik weet ook dat zich op straat dadelijk van alles af gaat spelen waar ik graag heimelijk getuige van wil zijn. Mijn nieuwsgierigheid wint het meestal van de slaap, die toch niet wil komen.
Stilletjes sluip ik uit mijn bed en installeer me voor de kieren van de rolluiken die net genoeg ruimte laten om doorheen te kunnen kijken. Vanuit mijn positie kan ik de straat recht vóór mij en links van mij bijna in zijn geheel overzien. Ze ligt er rustig en verlaten bij.   
Er is nog niets te zien. Ik wacht geduldig en na een paar minuten komen de eerste mensen op wie ik zit te wachten in beeld. Het gebeurt recht voor me aan de overkant van de straat naast het hoekhuis van de Sloot en de Antoniusstraat, waar het ouder echtpaar Sterk woont. Daar is een breed stuk stoep dat grenst aan een blinde muur. Het meisje is er al. Ze staat keurig op tijd te wachten op de jongen die zo meteen met zijn fiets ook naar deze plek zal komen. Daar is hij. Een jongen met zwart krullend haar, groot en een beetje verlegen. Ze lijken allebei niet op hun gemak. Waarschijnlijk eerder onhandig door de situatie en schroomvallig in hun verliefdheid. Het meisje woont een stukje verderop in de Antoniusstraat. Ze is op een ingetogen manier mooi. Aanrakingen en woorden wisselen elkaar af. Ik kan niet verstaan wat ze zeggen. Daarvoor staan ze net te ver weg en dempen de rolluiken het geluid maar hun lichaamstaal spreekt boekdelen.
Ik ben een negenjarig kind, dat heimelijk getuige is van het onschuldige minnespel van andere, grotere kinderen. Het schouwspel doet me huiveren. Dromen krijgen vrij baan.

Het duurt niet lang of links van mij in de straat begint zich ook iets te roeren. Twee meisjes, een blonde en een donkere, komen van rechts de straat in gefietst. De blonde heet Thea. Haar haar is halflang en bijna wit van kleur. De onbekende donkere heeft kort geknipt kapsel en een prachtig, exotisch gezicht. Ze stallen hun fietsen bij één van de huizen met de erkers aan de overkant en bellen aan. Kennelijk woont in dat huis hun vriendin. Ze verwacht de meisjes al want ze komt meteen met vier badmintonrackets in de hand naar buiten. Bijna tegelijkertijd gaat de deur van het huis aan de rechterkant ook open en laat de eerste jongen zich zien. Het clubje is nagenoeg compleet. Er moet nog één jongen uit de Willemstraat komen. Als hij er is, wordt er eerst wat gepraat en gelachen. Gisteravond hebben ze elkaar op die zelfde plek ook ontmoet. Mijn blik is vooral gericht op het springerige, witte haar van Thea en op de vriendin uit het huis aan de overkant. Ik voel dat er iets bloeit tussen haar en de jongen die zich als laatste bij hen heeft gevoegd maar ik ben niet helemaal zeker van mijn zaak. Het kan ook zijn dat de jongen iets met het donkerharige meisje heeft. Het blijft nog even gissen. De groep wisselt in haar spel telkens noodgedwongen van samenstelling. Omdat ze maar vier rackets tot hun beschikking hebben, moet er steeds één van hen langs de kant staan. Ik hoor hen lachen en de vrolijkheid straalt van hun jeugdige gezichten.

Als de straatlantaarns ontstoken worden, is het voor de jeugd op straat tijd om naar huis te gaan. De twee meisjes pakken hun fiets en nemen uitbundig zwaaiend afscheid tot morgen. Ook de buurjongen verdwijnt door de voordeur naar binnen. Alleen de vriendin en de andere jongen blijven nog even staan. Zij is dus zijn uitverkorene. Eindelijk krijgen ze de kans hun ware gevoelens te uiten. Ze wanen zich onbespied. Met een voorzichtige kus verdwijnen ook deze laatste twee mensen van het straattoneel.
Het andere stelletje op de hoek van de straat heeft allang de aftocht geblazen. Morgen is er weer een dag om verliefd te zijn.
Zelf moet ik me bevrijden uit de krampachtige houding waarin ik de hele tijd heb gezeten en het zandmannetje begint nu toch stilaan zijn werk te doen. Ook met de warmte valt het ondertussen wel mee. Tijd om toch echt te gaan slapen met de wetenschap dat er morgen rond deze tijd weer heel wat te beleven valt.
Welterusten Sloot. Slaap lekker.


===================