Next (right). Previous (left).

Uit: de Blerikse Krant, 2009

Serie oorlogsverhalen over Noord-Limburg

Aflevering 207

m.m.v H. Keulards  


Zaterdagmorgen 28 oktober 1944 verschenen twee formaties bommenwerpers boven de stad.


Nadat de Amerikanen drie aanvallen zonder resultaat op de Maasbruggen hadden uitgvoerd, zou de 2nd Tactical Air Force met het 98e, 180e en 320e squadron en 139e Wing squadron vanaf het vliegveld Melsbroek in België en het 88e, 226e en 342e en 137e Wing squadron vanaf het vliegveld Vitri-en-Artois in Frankrijk de vernietiging van de Maasbruggen voor haar rekening nemen. De aanvoer door de Duitsers naar de frontsectoren ging normaal door en vooral om het ontketende offensief bij Meyel in de kiem te smoren werd besloten om deze zaterdag opnieuw een bombardement uit te voeren.


Om 8.30 uur werden de vliegtuigen die al klaarstonden, voorzien van benzine, bommen en munitie, en bemand. Tien minuten later volgde het starten en gingen de vliegtuigen naar de startbaan waar rond negen uur in totaal 24 Mitchell II en 12 Bostons IIIA?- en IV tweemotorige bommenwerpers opstegen.


Rond tien uur verschenen er twee formaties bommenwerpers boven de stad. Gedurende enige minuten waren er zware roffels van ontploffende bommen en het onheil was geschied. Bommen in de Vleesstraat, Jodenstraat, Heilige Geeststraat, bij het viaduct, Havenkade, Havenstraat, postkantoor, Hamburgersingel, Burgemeester van Rijnsingel (hoek Stalberg) en Ariënplaats.

In de Vleesstraat en omliggende straten werden huizen verwoest en zwaar beschadigd. Ramen en deuren eruit, de straat bezaaid met glasscherven, puinbrokken en dakpannen. Goederen die uit de etalages van winkels waren geslingerd en hier en daar lichamen van doden en gewonden. Bij Raming vond een kleine brand plaats.


Direct kwamen organisaties van luchtbescherming, brandweer, Technische Noodhulp en Rode Kruis in actie. Gewonden en doden werden naar het ziekenhuis vervoerd. Iedereen was in de weer om mensen, die onder het puin of in de kelder bedolven waren geraakt, te redden. Het aantal doden en gewonden groeide met het uur. Om twee uur waren er al 17 doden en 30 gewonden. Bij het viaduct werd een kelder uitgegraven waar nog mensen inzaten. Na uren werken slaagden de mannen er in een hoofd vrij te maken van een man die nog leefde. Het eerste wat hij vroeg was een sigaret. Terwijl hij die rookte verwijderden de helpers de puinbrokken die de rest van zijn lichaam bedekten. Tenslotte kon hij zelf ongedeerd naar buiten komen. Een balk redde zijn leven. Uit dezelfde kelder werd een mansbeen gegraven. Een totaal verpletterd vrouwenhoofd. Een kindervoetje stak uit het zand omhoog. Bij het verder graven vond men een romp.


Aan de Havenstraat werden twee kinderen op het dak geslingerd. Dood.

Elders lag een vrouw op de grond, totaal uiteengereten.

'Armen. benen, hoofd en romp leken als met een bijl bewerkt'.


Dikwijls met gevaar voor eigen leven bleven de mannen doorwerken waardoor er nog tientallen mensen uit het puin werden gered.

Af en toe vertoonden zich nog geallieerde vliegers boven de stad. Nauwelijks was hun naderen merkbaar door een zacht gebrom of als kaf voor de wind stoof iedereen weg om dekking te zoeken bij huizen of in kelders. In leder geval zover mogelijk van de onheitsbrug af. Enkele minuten later bleek dat het loos alarm was en dat het onschuldige jagers of verkenners waren. Het werk werd dan onvermoeid hervat. Het aantal doden dat geborgen werd, liep op tot 43 terwijl er nog twaalf mensen vermist werden. Bovendien werden er nog tien Duitse militairen geborgen.


Ook in Blerick waren op hetzelfde tijdstip bommen afgeworpen. In de buurt van de brug bij de Stationstraat (de huidige 2e Graaf van Loonstraat), bij de Horsterweg, bij de kazerne en verder bij de Boekenderweg en de Frederik Hendrikstraat. Er vielen hier geen doden of gewonden en ook de schade was niet zo groot. Op de brug zelf werd een onbekende dode man vonden.

-1a-

Hoe het begon - I