manders meubelen
luchtbrug naar het verleden. een meisje van stand. de archiefkast. bovenburen. vroeger was het beter. tussen de kieren. manders meubelen. ons Waterloo.

Door:

Annemie

Holla


Annemie is

de schrijfster

van de volgende boeiende

verhalen:



Annemie
anno 1965
de sloot. inleiding. in de ban van de tv. 2-4-6-8-10.
Manders Meubelen

In het Dagblad voor Noord-Limburg van mei 1953, de dag van mijn geboorte, adverteert mijn oudoom Lei Manders met zijn meubelhandel en verhuisbedrijf. Geheel toevallig krijg ik deze krant met de advertentie onder ogen. Huiskamerameublementen, dressoirs, buffetten, tafels en theemeubels. Kantoor-, keuken- en slaapkamermeubilair heeft hij allemaal in voorraad. En hij verhuist mensen door het hele land. Zelfs in België heeft hij klanten..



De meubelhandel speelt een grote rol in mijn jonge jaren en ligt in de Antoniusstraat, een straat die dwars op de Sloot ligt. De straat waar ik woon. Het langgerekte gebouw maakt, met de bocht mee, een flauwe kromming. Wanneer je bij de voordeur staat, kun je net niet om de hoek de straat in kijken. Langs de gevel aan de voorkant loopt een brede stoep. Het grote pand heeft twee verdiepingen. Beneden is de showroom met, als je binnenkomt recht vooruit de trap naar boven. Rechts bevindt zich het kantoortje en een klein keukentje, waar een grote, ronde tafel staat met stoelen er omheen en tegen de linkermuur een piano. Boven is het woongedeelte. Een terrein waar ik maar af en toe mag komen. In de lange, ruime huiskamer met het robuuste bankstel waan ik me in een andere wereld. Het vele zilverwerk en het licht dat door de halfgesloten rolluiken op het parket met de Perzische tapijten valt, betoveren mijn kinderogen. Eén van de stukken, een koffiestel van Pruisisch zilver, pronkt nog steeds bij mijn moeder op het dressoir. Het erfstuk, dat mijn vader kreeg uit handen van mijn oudtante voor bewezen diensten, hebben mijn ouders met liefde bewaard.

Mijn oudoom ken ik vooral met een hoed op en een sigaar in de mond. Het is een statige man en zijn haarkleur is licht. Deze oom van mijn vader is een aardige, maar door zijn functie en leeftijd, voor mij onbereikbare man, die het altijd druk heeft. Bezig met belangrijke zaken die ik niet begrijp.
Hij is getrouwd met tante Zus. Het is niet haar echte naam. Ik vind het maar vreemd dat ze geen gewone voornaam heeft, zoals alle andere tantes. Tante Zus is geboren in Rotterdam. Het feit dat ze hoog-nederlands spreekt, maakt haar in mijn ogen erg chic. De onafscheidelijke vlinderbril op haar neus onderstreept dat beeld nog nadrukkelijker. En…want dat verhaal vertelt ze graag, ze heeft bij Johannes Heesters in de klas gezeten. Erg sympathiek vindt ze hem echter niet.

Ome Lei en tante Zus hebben twee dochters. Ze zijn een stuk ouder zijn dan ik. Als ik naar de kleuterschool ga, gaat de jongste al naar de vierde klas. Zij krijgt door haar ouders de taak van kindermeisje toebedeeld en ze moet mij elke dag veilig op de meisjesschool aan de Tegelseweg afleveren. Voordat ze de deur uitgaat, stopt ze altijd een paar suikerklontjes in haar zak voor het paard van de melkboer dat we onderweg naar school tegenkomen. Ze is helemaal gek van paarden. Vandaar misschien wel haar eigen paardenstaart. Iets waarom ik haar benijd. Die dikke, blonde manen zo achter op haar hoofd. Soms mag ik deel uitmaken van haar leven en word ik gevraagd voor een feestje. Met haar grote vriendinnen zitten we rond de tafel in het piepkleine keukentje. Ik kom net met mijn hoofd boven de tafel uit en met open mond luister ik naar de spannende verhalen van deze grote meisjes. Het geeft me een inkijkje in hoe ik later ook wil worden. Dat ik bij hen durf aan te schuiven vind ik wel erg dapper van mezelf want het is niet enkel het verschil in lengte maar vooral ook het verschil in leeftijd dat ik voel.

De oudste dochter, Lieke heeft al verkering. In haar leven speel ik nauwelijks een rol. Ze is al even verzot op paarden als haar zus. Wel herinner ik me haar swingende pianospel. Vanuit het keukentje galmt de boogie woogie door de rest van het gebouw. Mijn vader, in een gekke bui, danst mee op de klanken van de muziek. Zelfs de trouwe boxer, Boxie, wordt aangestoken door het vrolijke tafereel en springt kwispelend om mijn vader heen.

“Van je familie moet je het hebben,” zal mijn vader gedacht hebben. Elke zaterdag verdient hij wat extra geld naast zijn eigenlijke werk op kantoor, door het volkswagen busje van de zaak te besturen. Meubels naar klanten brengen is zijn taak. Wanneer het gezin nodig aan vakantie toe is, biedt hij aan om de zaak in de tussen tijd draaiende te houden. Het kost hem op zijn eigen werk flink wat vrije dagen maar dat deert hem niet. Toegewijd neemt hij voor één of twee weken het roer van zijn oom over. De laatste is hem alleen maar dankbaar voor deze noodgreep.

Naast het bestelwagen busje zijn er twee grote verhuiswagens voor de drie werknemers die het bedrijf rijk is. Een van mijn ooms werkt er ook maar híj verdient er met zijn baan als verkoper de kost mee.
Dat mooie grijs kleurige busje. We hebben het aan mijn vader te danken, en natuurlijk aan de vrijgevige oom, dat we het busje bijna elke zondag mogen lenen om daarmee uitstapjes te kunnen maken. De heilige Christoffel zit tegen de voorruit geplakt en vergezelt ons op elke reis. Ons gezin bestaat uit vier mensen en eigenlijk is de cabine maar op twee personen berekend. Ik krijg noodgedwongen altijd de plek in het midden toegewezen, op de hete motor. De hitte is enigszins dragelijk door het kleine gaatje in de kap waar een vleugje frisse wind doorheen komt. Mijn broertje is met kinderstoeltje en al aan het dashboard vastgemaakt. Op een keer kan de stang van het dashboard het gewicht van hem en het stoeltje niet meer houden en breekt af. De auto brengen we die zondagavond in gehavende staat terug. Er wordt met geen woord meer over gerept. Oom knijpt waarschijnlijk uit consideratie een oogje dicht.

Midden jaren zestig verbeteren de economische omstandigheden en wordt mijn vader op zijn werk bevorderd. De bijbehorende salarisverhoging zorgt ervoor dat hij geen bijverdienste meer nodig heeft. Ik ben ondertussen oud en wijs genoeg om alleen naar school te lopen. Het nieuwe schoolgebouw in de Pastoor Op Heijstraat zorgt sowieso voor een andere route. Mijn chaperonne gaat al naar de middelbare school en wordt later stewardess. De oudste dochter trouwt en vertrekt met haar kersverse echtgenoot naar een dorpje enkele kilometers verderop. Oom nadert bovendien de pensioengerechtigde leeftijd en gaat met tante Zus in een bungalow in de buurt van hun oudste dochter wonen. Toch verkoopt hij de zaak met pijn in het hart. Hoe graag hadden de dochters de zaak voortgezet en ze waren er zo goed als klaar voor, als een noodlottig voorval roet in hun plannen gooit. Een markant familiebedrijf, dat met hart en ziel is opgezet, moet het stokje doorgeven aan een volgende eigenaar, van der Koppel. Als deze vertrekt, staat het eens zo prachtige pand aan de Antoniusstraat vier jaren leeg voordat een nieuwe huurder zich meldt.
Gauw genoeg koopt mijn vader zelf een auto. Mijn broertje hoeft dan niet meer in een kinderstoeltje maar mag plaatsnemen op de achterbank.

Ik heb het verhaal net een week geleden afgerond als bij ons in huis de telefoon gaat. “Met Lieke Manders,” klinkt het aan de andere kant. Van verbazing kan ik de eerste vijf tellen geen woord over mijn lippen krijgen. Weet zij dat ik over haar en hun bedrijf heb geschreven? Ze belt me voor een of andere famlie aangelegenheid maar het tijdstip waarop ze dit doet, is te frappant. Ik heb haar in geen vijftig jaren meer gezien of gesproken. Blijkbaar hebben de trillingen van het toetsenbord na al die tijd hun weg naar het dorp, waar ze nu woont, weten te vinden. Toeval bestaat?












Na Manders Meubelen was vd Koppel Meubelen in het pand gevestigd (later naar hoek Tegelseweg/Hendrikxstraat.
Vervolgens had Emile Lamberts van 1982 tot 1992 op de benedenverdieping zijn autoshowroom.
(verhuisd naar Roermondseweg 114A in Steyl)
Anno 2013 gebruikt Wim Kauffman het uiterst rechtse deel als studio, naast de ingang naar de bovenwoning.
Het gedeelte links is zijn opslag.

=====================================================























Tegenover het pand ‘Manders Meubelen’ ligt anno 2013 het afgebrande pand waar Marcelissen Aluminium heeft gezeten.
Dit bedrijf zit nu in Belfeld. De toenmalige bedrijfsleider, Guus Treuen, is sinds jaren eigenaar.
Links daarvan zat Hela Thissen Horeca.
Antoniusstraat 1956
Rechts: Manders Meubelen
Op de step: Desi Manders,
voorop Annemie Holla.
Let op de vrachtwagen van Manders.
Bij de voordeur van Manders, juni 1957. Sacramentsprocessie.
Let op het altaartje in de voordeur
en de benzinepomp rechts.
Op de voorgrond: Annemie Holla
Uitbreiding Manders Meubelen
1953
Lei Manders in zijn kantoor
Het echtpaar Zus en Lei Manders
vrachtauto, 1935