dagboek corry van munster

Venlo bevrijd: tank met Amerikaanse soldaten op de Kaldenkerkerweg

Venlo bevrijd: Ontroerend dagboek van Corry van Munster

“De oorlog gaat met pensioen. Op 1 maart 2010 is het vijfenzestig jaar geleden dat de stadsdelen op de oostelijke Maasoever werden bevrijd. Daarmee kwam een einde aan een inktzwart hoofdstuk uit de geschiedenis”.


Aldus Sef Derkx die in de aanloop naar deze historische mijlpaal een serie artikelen in ZONDAGNIEUWS schreef met de titel “De oorlog gaat met pensioen”. In het laatste artikel schreef hij over het ontroerende dagboek van Corry van Munster. Met toestemming van Sef Derkx mag zijn artikel op deze website geplaatst worden.

Duizenden inwoners van Venlo hadden in de laatste maanden van de oorlog toevlucht gevonden bij goede buur Tegelen. Als het mogelijk was, ging men natuurlijk toch op bezoek bij familie en vrienden, die Venlo niet hadden hoeven achterlaten. Evacués en achterblijvers hielden elkaar op de hoogte van het weinige wel en het vele wee. Ongetwijfeld putte men moed uit deze contacten. Want het gezegde 'de tijden worden slechter, de onderlinge band hechter’ ging voor velen op in de oorlog.

Op de morgen van de eerste maart 1945 kwamen enkele Tegelse jongens van een strooptocht naar Kaldenkerken terug met wat losse Amerikaanse sigaretten. In opperste staat van op winding vertelden ze dat er Amerikanen in het Duitse grensplaatsje zaten. Niemand nam de kleine boodschappers van de bevrijding serieus. Even na de middag van diezelfde dag kwam een Venlose evacué bij de Vierpaadjes uit bij een groep Duitse soldaten. De militairen vroegen de weg naar Duitsland. 'Do', zei de man wijzend naar de Kaldenkerkerweg. Van die route naar het Vaterland moesten ze echter niets weten. Niet lang erna kwam de man terug in Tegelen met de boodschap van de bevrijding. De Amerikanen in Venlo? Niemand die het in Tegelen wilde geloven. Of beter gezegd, durfde te geloven.

Afgelopen weekend heb ik met stijgende aandacht en ontroering het dagboek gelezen dat Corry van Munster (1920) heeft bijgehouden in de laatste maanden van de Tweede Oorlog.

Corry was het derde kind in het gezin Van Munster dat aan de Mariastraat woonde. Ze werkte bij de Limburger Koerier, een krant die kantoor hield aan de Markt in Venlo Wie niet tot de ‘generatie der gebombardeerden’ hoort kan zich nooit een waarachtig beeld vormen van de oorlogscatastrofe die Venlo en Noord-Limburg trof. Maar wanneer je een dagboek als dit leest, verandert er iets. Je wordt deelgenoot van oorlogsbelevenissen en ermee verbonden emoties. Wat vijfenzestig jaar geleden gebeurde, is opeens levend verleden. Het mooie, regelmatig handschrift van Corry en haar vlotte stijl van schrijven, zorgden ervoor dat de aandacht geen moment verslapte. De familie Van Munster had het in de Mariastraat zwaar te verduren in de weken van de bombardementen. Op 6 november 1944 werd de toestand zo dramatisch dat het gezin naar Tegelen vluchtte. Ze werden gastvrij opgenomen door de familie Gruijters aan de Kerkhoflaan. Daar zouden ze de laatste oorlogsmaanden doorbrengen en de bevrijding meemaken.


Op dinsdag 27 februari 1945, schrijft Corry, is ze met familieleden en kennissen naar Velden gegaan om te kijken of daar nog iets eetbaars te vinden is. Een Duitser vertelt haar dat er aardappels liggen op een veld aan de Maas. Het is levensgevaarlijk met de Tommies aan de overkant, maar ze wagen het erop. Tevergeefs, de oogst is niet meer dan enkele rotte aardappels. Over de Rijksweg gaan ze verder: '... Er waren massa's mensen uit Venlo op de wegen. Overal zag je ze in korenmijten zitten of staan, bezig de aren eraf te knippen en zelf te dorsen. Het leek wel of heel Venlo leeggelopen was. Allen sjouwden met aardappels en koren.



Het was prachtig weer en er was geen mof te zien. Jan (haar toekomstige echtgenoot Jan VandenDolder) z'n vader ontdekte een aardappelkuil en meteen gingen we met z'n allen erop af. Terwijl wij hard aan 't zwoegen waren: aardappels uit de kuil in 'n mand en uit de mand in zakken, vloog er geregeld heel laag een vliegtuig over ons heen, terwijl er ge­schoten werd. Dit drong echter niet tot ons door, totdat we opgeschrikt werden door 'n stelletje moffen, die vroegen of we "verrückt" waren. De Engelsen mittrailleerden ons vanuit de lucht en ook begonnen er al weer granaten te gieren...'.

Met de schrik in het lijf keren Corry en haar tochtgenoten terug. Onderweg ontmoeten ze wederom de Duitser van de aardappels in het veld langs de Maas. Die verontschuldigt zich. De militair wekt de indruk het goed te willen maken. Hij vraagt of ze een 'Biel' bij zich hebben. De Venlose evacués denken dat hij om een bijl vraagt, zodat hij als 'Wiedergutmachung' een geslacht dier kan klieven en er hen een flinke portie vlees van kan geven. Opgetogen gaan ze naar huis, zich verheugend op het vooruitzicht. Na een tijdje komen ze met een aks bij de Duitser terug…..  De mof keek zijn ogen uit, eerst naar de bijl, toen naar ons, en toen weer naar de bijl. “Was ist das?". "Ein Biel'', riepen wij in koor. "Nein, nein, Ich mus ein Bild von euch haben!". Daar stonden we of liever gezegd konden niet meer staan, want als we mekaar of de mof of de bijl aankeken, lagen we weer slap van 't lachen. Daar ging ons stuk van de koe! De mof lachte ook, maar als een mof met kiespijn, want hij dacht voor de gek gehouden te zijn!


Eindelijk breekt de eerste maart 1945 aan. De gekste geruchten doen 's ochtends de ronde. Terugkerende evacués vertellen dat de Amerikanen in Kaldenkerken zijn. Vier tanks met zwarte soldaten. Corry kan en durft het niet te geloven. Om vijf uur 's middags loopt ze mensen tegen het lijf die haar zeggen dat de Amerikanen op de Kaldenkerkerweg in Venlo staan. Als bewijs laten ze Amerikaanse sigaretten zien: '... Je voelt je raar van binnen en beverig op je benen. Ik geloof het niet. Ik moet ze eerst zien. Om zes uur wapperde op 't Stadhuis van Tegelen de Nederlandsche driekleur en geen minuut later liep alles met Oranje getooid. Geestelijken, zusters van 't ziekenhuis, alles is oranje boven. Nog steeds lopen hier Duitsers, die echter zelf de wapens weggooien. We gaan slapen in spanning. Nog geen Amerikaan of Tommie gezien en toch reeds bevrijd!….’

De volgende dag zijn Corry en haar vader vroeg in Venlo. Op de Vierpaardjes zien ze de eerste Amerikaan. De twee haasten zich naar de Kaldenkerkerweg: '... Van de negroes (gekleurde Amerikaanse soldaten) kauwgum en cigaretten gekregen. Enorm verkeer in de stad van tanks en legerauto's, juichende mensen en kinderen kauwgum kauwend en sinaasappels etend. Overal vlaggen en blijde gezichten, mensen elkaar de hand drukkend. Op de Straelseweg waren nog enkele huizen in brand gestoken vannacht. Ze rookten nog. Verder was er niet veel gevochten, de enkele moffen die nog in de stad waren, gaven zich direct over. Bij het Wilhelminahotel stonden ze, "het Herrenvolk" met de handen in de hoogte, veel mensen eromheen. "Wij zijn vrij, jullie doen ons niets meer". Bij Jan thuis gegeten en later over Kaldenkerkerweg-Ühlingsheide terug naar Tegelen. English spoken, chocolate eating and cigarettes smoking. 's Avonds speelde de radio 't Wilhelmus. 't Is mieters! De volgende dag is Corry van Munster natuurlijk weer in Venlo. Ze kan haar geluk niet op als ze een stuk luxe toiletzeep krijgt. '... Het lijkt net een sprookje…. ‘, schrijft ze in haar dagboek. Op 12 maart 1945 keert het gezin terug naar Venlo. Corry werkt inmiddels bij dagblad Veritas dat meteen na de bevrijding verscheen. De Van Munsters trekken in bij de familie Berden aan het Mgr. Nolensplein, omdat hun eigen huis zwaar beschadigd is, maar: '... Enfin we zitten weer in Venlo en de oorlog is voorbij, wat willen we nog meer? ...'


(Met grote dank aan Corry VandenDolder-van Munster in Madison (USA) en haar zus Will van der Linden-van Munster in Venlo)

—----------------------------------------------------------------



Huis van de familie van Munster

aan de Mariastraat

Uit: Zondagnieuws, 28 febr. 2010

dagboek corry van munster- copyright. dagboek corry van munster- copyright.

-0-

oorlogstijd 1.